PsyNed – Een dag voor hij een nieuw boek zou presenteren en twee dagen voor een internationale dag in het teken van suïcidepreventie heeft Joost Zwagerman zelf zijn leven beëindigd. De relatie tussen suïcide en media staat deze dagen weer prominent op de agenda.

‘Iemand wil niet dood, hij of zij wil een ander leven. Rust zacht’ twitterde het Fonds Psychische Gezondheid. Het Fonds was daarmee op Twitter met de hulplijn ‘113online’, een van de instanties in de geestelijke gezondheidszorg met een bijdrage aan de ontsteltenis. 113Online biedt telefonisch en op internet hulp bij suïcidegedachten en – preventie. Van Jacobine Geel, voorzitter Ggz Nederland , Corine de Ruijter, hoogleraar, Martin Jan Mellinga en John Knappers, beide actieve twitteraars, heb ik wel meelevende tweets gezien. De media (kranten, radio en TV) besteden volop aandacht; overwegend relevante (achtergrond) informatie over het leven van Joost Zwagerman en blijken van meeleven. Zo is mijn eerste indruk. 

Voor Nederland heeft de Yvonne van der Venstichting al in 2012 tien tips geformuleerd over de wijze waarop media aandacht zouden moeten/kunnen besteden. 113online heeft een speciale pagina voor professionals in de media met informatie heeft over suïcide. In Vlaanderen is er op internet de hulplijn Zelfmoord 1813. Het is een initiatief van de Vlaamse overheid. Ook deze hulplijn richt zich op berichtgeving in de media. Drie begrippen staan in de Vlaamse richtlijnen voor de media centraal; informatie, hoop en bereik. Het is belangrijk dat media over suïcide berichten. Jaarlijks maken in Nederland ruim1800 mensen een eind aan het leven. Dat is meer dan het aantal dat in het verkeer omkomt. Juist als het gaat over een bekende landgenoot blijkt hoeveel vragen er zijn, hoe groot de informatiebehoefte is en hoe groot de ontsteltenis en het meeleven met de nabestaanden zijn. De beschikbaarheid van voldoende goede informatie voor professionals in de media is een belangrijke opdracht voor GGz-instanties. Daar is immers die informatie en knowhow bij uitstek aanwezig. GGz-instanties zouden meer kunnen doen om die kennis en knowhow toegankelijk te maken voor journalisten en programmakers. In Australië heeft Mindframe Media overigens ook richtlijnen voor wie op een van de social media wil berichten over suïcide.

Richtlijnen rond suïcide in Nederland en elders wijzen op de impact van berichtgeving. Vooral op mensen die zo in de knel zijn gekomen dat suïcide een oplossing lijkt. Volgens onderzoek door het Trimbos Instituut denken jaarlijks 410.000 mensen aan zelfmoord. Ieder jaar doen 94.000 Nederlanders ook daadwerkelijk een poging. Al te gedetailleerde berichtgeving over methode, locatie en omstandigheden kunnen nadoengedrag (‘copycat’) opleveren. Berichtgeving heeft uiteraard ook impact op nabestaanden. Dat vereist respect.

De Vlaamse hulplijn Zelfmoord1813 benoemt ook ‘hoop’ als aandachtspunt. Veel mensen zijn zo zonder hoop dat zij niet (meer) bedenken dat hulp kan helpen. Vandaar dat het vermelden van hulpmogelijkheden (op internet, familie, huisarts tot GGz hulp) zo belangrijk is.

Het derde aandachtspunt voor de media is ook bereik; meet, ook als een bekende landgenoot daartoe geraakt, het niet al te breed uit. Ik hou dan ook mijn hart vast als ik hoor aankondigen dat een hele uitzending van ‘De wereld draait door’ vanavond gaat over Joost Zwagerman.

Maar meer aandacht voor de preventie van suïcide blijft onderwijl nodig. Wereldwijd staat op 10 september preventie van suïcide op de agenda. Over de hele wereld wordt aandacht gevraagd voor de preventie van zelfdoding en voor geestelijke gezondheidsproblemen. Voor wie twittert geldt; #WSPD15.

In Utrecht is er op 10 september voor Nederlandse hulpverleners een studiedag, http://suicidaliteit.nl/wereld-suicide-preventiedag-10-september.html. Ik hoop dat de zaal te klein is voor het aantal aanwezigen. Als het medeleven en de ontsteltenis rond Joost Zwagerman daaraan bijdraagt, dan is er weer meer hoop.

Martin van ’t Klooster voor Psyned

Print Friendly, PDF & Email