Psychofarmaca zijn geneesmiddelen die ingezet worden bij de behandeling van psychiatrische aandoeningen en psychologische problemen. Deze medicijnen worden altijd voorgeschreven door een specialist (psychiater,VS of huisarts) en mogen alleen verstrekt worden door een professional die daartoe bevoegd is. Medicatie kan bijdragen aan de vermindering van klachten en symptomen, vaak naast een psychologische behandeling. Langdurig gebruik kan nadeling gevolgen hebben, zoals gewenning of afhankelijkheid, cognitieve schade, sekuele dysfuncties en/of gewichtstoename. Bij voorkeur wordt medicatie dan ook ingezet als kortdurende interventie en weer afgebouwd als de werking niet duidelijk of niet meer noodzakelijk is.

Psychofarmaca zijn in drie hoofdgroepen te verdelen:

1. Antipsychotica

Deze geneesmiddelen worden voornamelijk gebruikt om psychotische symptomen te onderdrukken. Het duurt enkele dagen tot weken voordat een zodanige spiegel in het bloed is opgebouwd dat er effect van de werkzame stof kan optreden. Ze zijn er in (smelt)tabletvorm, waarbij de medicatie meestal eenmaal tot meermalen per dag moet worden ingenomen, maar kunnen ook met een injectie worden toegediend (depot). Een depot werkt enkele weken. Antipsychotica hebben het meeste effect op de positieve symptomen en kunnen ernstige bijwerkingen hebben, zoals stijfheid van de spieren, seksuele dysfuncties, trillingen (tremoren) affectvervlakking en sufheid. Veel voorkomende antipsychotica zijn haloperidol (Haldol), olanzapine (Zyprexa), quetiapine (Seroquel) en risperidon (Risperdal).

2. Antidepressiva en stemmingsstabilisatoren

Deze geneesmiddelen hebben een positieve invloed op de stemming en hebben vooral effect bij milde tot matig ernstige depressieve klachten (antidepressiva) en bij manieën (stemmingsstabilisatoren). Ze bestaan alleen in tabletvorm, waarbij de medicatie minstens eenmaal tot meermalen per dag moet worden ingenomen. Deze psychofarmaca hebben pas effect na enkele weken, dan is er voldoende van de werkzame stof in het lichaam opgebouwd. De belangrijkste bijwerkingen zijn affectvervlakking en libidoverlies. Veel voorkomende antidepressiva zijn fluoxetine (Prozac), sertraline (Zoloft), paroxetine (Seroxat), fluvoxamine (Fevarin) en citalopram (Cipramil). Veel voorkomende stemmingsstabilisatoren zijn valproïnezuur (Depakine), carbamazepine (Tegretol) en lithium. Bij deze laatste bestaat de kans op vergiftiging bij overdosering.

3. Kalmerings- en slaapmiddelen (benzodiazepinen)

Deze geneesmiddelen hebben een kalmerend effect en bevorderen het slapen. Ze werken meestal binnen zeer korte tijd (< een uur) en zijn na enkele uren door het lichaam afgebroken. Soms treden ontwenningsverschijnselen op bij het stoppen of afbouwen ervan. Gewenning en afhankelijkheid zijn dan ook de voornaamste risico’s van (langdurig) gebruik. Veel voorkomende benzodiazepinen zijn oxazepam (Seresta), diazepam (Valium) en temazepam (Normison). 4. Stimulantia Stimulantia of psychostimulantia zijn geneesmiddelen die behoren tot de psychofarmaca. De bekendste middelen zijn: methylfenidaat, beter bekend onder de merknamen Ritalin (of Ritaline) en Concerta, amfetamine dextro-amfetamine, pemoline. Maar ook cafeïne, wat bijvoorbeeld voorkomt in koffie, in Energy Drinks en colapreparaten vallen onder de stimulantia. In Energy Drinks bevinden zich meestal meerdere stimulantia, tot wel drie of vier soorten in enkele merken. Wat kun je doen?

Wanneer je mensen begeleidt die medicatie gebruiken, houd het effect in de gaten, ook wanneer je niet bevoegd bent om medicatie te verstrekken. Wees alert op bijwerkingen, gewenning en afhankelijkheid. Zorg dat je weet wat medicatie voor effect kan hebben en wat er met het gebruik wordt beoogd. Wanneer iemand medicatie weigert, vraag dan naar de redenen. Bijwerkingen kunnen een voorstelbare reden zijn.

Bron: Astare vademecum psychofarmaca & PsyNed

Print Friendly, PDF & Email