De obsessief-compulsieve stoornis II
In dit artikel behandelen we de obsessieve compulsieve stoornis verder. Hierin word besproken: het beloop, de etiologie, de diagnosiek, de behandeling en een aantal veel voorkomende symptomen van ocs word op een rijtje gezet.
Het beloop
De obsessief compulsieve stoornis ontstaat meestal tijdens de adolescentie en op jong volwassen leeftijd. De stoornis leidt een chronisch fluctuerend bestaan met perioden van remissie en terugval. Er kan een indrukwekkende invaliditeit ontstaan. Sommige patiënten zijn als het ware verlamd, gevangen in hun eigen omslachtige dwanghandelingen. Hun dagelijks leven wordt door talrijke eindeloze compulsies zodanig ingewikkeld dat zelfs de meest simpele handelingen als opstaan, zich aankleden en verzorgen onuitvoerbaar worden.
De oorzaak
In een aantal gevallen komt de obsessief compulsieve stoornis volgens een duidelijk familiair patroon voor. De ocs vertoont raakvlakken met een aantal neurologische aandoeningen die in relatie staan tot impulscontrole stoornissen als het syndroom van Gilles de la Tourette en chorea van Sydenham. Beeldvormende technieken hebben bij ocs patiënten dysfuncties aangetoond in het brein. Er treed vaak verbetering op bij behandeling met medicatie en gedragstherapie.
De diagnostiek
De diagnose berust op de aanwezigheid van obsessies en/of compulsies bij afwezigheid van psychotische symptomen. Enkele al dan niet verwante toestanden moesten onderscheiden worden van de obsessief compulsieve stoornis:
- Normale gewoontevorming: een gewoonte heeft doorgaans geen angstdempende functie en is niet gerelateerd aan obsessies.
- Tics: een tic is een plotse, onwillekeurige automatisch uitgevoerde beweging en verschilt dus van de compulsies. Tics komen voornamelijk voor bij mannen.
- Syndroom van Gilles de la Tourette: deze stoornis bestaat uit tics in het gelaat, gepaard gaand met ongecontroleerde vocalisaties: soms treden ook obsessies en compulsies op. Ook dit syndroom komt met name voor bij mannen.
Tijdens een schizofrene psychose, met name in het begin, kunnen obsessies en compulsies optreden. De belevenis van deze symptomen is vaak meer op zich zelf staand dan in een echte obsessief compulsieve stoornis.
Organische hersensyndromen geven soms aanleiding tot obsessief compulsieve symptomen. Het komt ook regelmatig voor dat mensen met een depressie zo nu en dan symptomen vertonen van een obsessief compulsieve stoornis, maar ook andersom, mensen met een obsessief compulsieve stoornissen kunnen ook depressieve symptomen vertonen.
Klik hier voor de DSM-IV criteria voor de OCS (word document)
De behandeling
Farmacotherapie met serotonerge antidepressiva(SSRI’s) heeft een zeer gunstige invloed op de ocs. Het anti obsessieve effect van clomipramine is duidelijk aangetoond. In de groep van SSRI’s is uit onderzoek gebleken dat fluvoxamine, paroxetine, fluoxetine en sertraline effectief zijn. Het gunstige effect op obsessies en compulsies is niet afhankelijk van de aanwezigheid van een depressieve stemming. Veel voorkomende medicatie die voorgeschreven word: Prozac, Zoloft, Seroxat, Efexor.
Gedragstherapie is eveneens een effectieve behandeling van een ocs. Deze therapie is bijzonder geïndiceerd in geval van compulsies. Compulsies zijn een gevolg van angst die onder sommige omstandigheden door obsessies worden opgeroepen. Analoog aan de behandeling van fobieën beoogt gedragstherapie het angstwekkende karakter van deze stimulus constellatie(omstandigheden + obsessies) te doen verdwijnen. De patiënt word langzaamaan geconfronteerd met gevoelige situaties waarbij de therapeut eventueel ingrijpt. Na de fase van stress oproeping treed langzaam gewenning op. Tegelijkertijd neemt de dwang tot het verrichten van compulsies af. Dit word ook wel de zogeheten ‘exposure’ genoemd. Er zijn gevallen dat de combinatie farmacotherapie en gedragstherapie een gunstige invloed hebben op de obsessies en compulsies. Bij therapie resistente gevallen zijn soms neurochirurgische ingrepen noodzakelijk, dit blijkt effectief
Een aantal veelvoorkomende symptomen op een rijtje:
a) Preoccupatie met zuiverheid en buitensporig wassen; nooit helemaal schoon ondanks al dit wassen en schoonmaken.
b) Een gevoel vies te zijn en onaangenaam te ruiken, ondanks ontzettend goed wassen.
c) Een vreemde preoccupatie met tijd; in gedachten altijd te vroeg of te laat.
d) Controleren van kleding, opnieuw controleren; zo vaak tot het punt van beschadiging is bereikt. Het is nooit perfect. Hierdoor vaak te laat.
e) Het gevoel dat er iets mis is met de kleding, vooral ondergoed en sokken: te strak, te los, zit nooit goed. Aankleden is een belangrijk gevecht. Men ziet dit vaak bij zeer jonge kinderen.
f) Het haar zit nooit goed, bakkebaarden zijn oneven, aan make-up wordt zoveel gesleuteld tot het er niet meer uitziet.
g) “Nachtwerk”, preoccupatie met balans, alles moet in evenwicht zijn: twee tikken hier vraagt om twee tikken daar enz.
h) Preoccupatie met dingen die open, dicht, kapot, niet precies goed, niet geordend, niet opgesloten zijn enz.
i) Elektriciteitssnoeren zijn kapot, sloten van deuren werken niet enz. Controleren en opnieuw controleren.
j) Alles tellen: stappen, aanrakingen, tikken, kraken. Onbelangrijke zaken worden in het hoofd continu geteld.
k) Extreme over-reactie wanneer iets niet werkt, niet is opgeruimd of op de juiste plaats ligt.
l) Obsessieve onacceptabele gedachten: vaak seksueel of morbide; afwijkende ideeën die zich steeds herhalen kunnen niet worden stopgezet.
m) Het gevoel dat zijn/haar gedachten worden gestuurd door anderen; niet in staat deze te stoppen (slechts heel kort), ongeacht de intense pogingen.
n) Laag zelfbeeld en veel zelf-kritiek, vaak gezien vanuit een “innerlijke stem” die negatieve kritiek uit en schande spreekt.
o) Het gevoel controle te hebben verloren over zijn/haar eigen impulsen; de neiging dingen aan te raken, te tellen en te voelen gaan ver uit boven wat redelijk is.
p) Bijgelovige preoccupaties zijn buitensporig: stappen op een voeg tussen tegels zal je moeders rug breken enz. Niet in staat deze bijgelovige preoccupaties te stoppen, ondanks de intellectuele benadering ervan.
q) Een aanhoudend gevoel van schaamte, schuld en wroeging voor de onacceptabele gedachten, zelfs wanneer er geen acties op zijn gevolgd.
Bron: ‘Beknopte psychiatrie ISBN 90-232-3362-X’
Bron: ‘www10.antenna.nl/hersenstorm/Aanverw_stoornissen3.html’

“Alles tellen: stappen, aanrakingen, tikken, kraken. Onbelangrijke zaken worden in het hoofd continu geteld.”
Ik kan me voorstellen dat mensen daar verschrikkelijk moe van worden, hoe houden ze het vol:(?
Manuela
Ik herinner me nog dat stukje van Bart de Graaf over Gilles de la Tourette, gelukkig dat de werkelijkheid heel anders is.
kwam het filmpje pas weer eens tegen, blijft leuk, hoe onrealistisch ook
x
Maaike
Ik denk dat we dan als hulpverleners helemaal kriegel zouden worden
!!!!