Bordeline II Behandeling GGZ

borderlineIIMedicatie
Er zijn geen medicijnen die borderline kunnen genezen. Er zijn wel medicijnen die de
klachten en verschijnselen tijdelijk kunnen verminderen. In de ernstige gevallen bestaat
de behandeling meestal uit een combinatie van “praten en pillen”. Vooral in het begin
van de behandeling kunnen medicijnen een belangrijke rol spelen (bestrijding van
ziekteverschijnselen). Het voorschrijven van medicatie is een ingewikkelde taak. Er zijn
veel en verschillende symptomen, waardoor alle soorten psychofarmaca in aanmerking
komen. Afhankelijk van de klachten worden de volgende drie medicijnen worden
voorgeschreven.

Antipsychotica:
De medicijnen richten zich op het denken, redeneren en waarnemingsvermogen en wordt
vooral gebruikt bij angst, woede en verwardheid.

Antidepressiva:
Antidepressiva werkt vooral op het reguleren van de stemming. Het heeft niet alleen een
gunstige invloed op de stemming, maar kan ook woede uitbarstingen, eetbuien,
impulsiviteit en dwangklachten verminderen. De medicijnen hebben pas na enkele weken
effect.

Slaap en kalmeringsmiddelen:
De medicijnen kunnen angst en onrust verminderen, slapeloosheid doorbreken en helpen
bij het vinden van een goed dag-nacht ritme. Vanwege het risico voor verslaving wordt
aanbevolen deze middelen kortdurend te gebruiken.

Groepstherapie
De behandeling kan individueel of in een groep plaats vinden. Het grootste voordeel van
groepstherapie is mogelijkheid om ervaringen met medecliënten te delen. Daarnaast kan
het luisteren naar ervaringen van lotgenoten een positief effect hebben. De cliënten
hebben de mogelijkheid om van elkaar te leren. Daarnaast wordt er tijdens groepstherapie
de gedragingen van de cliënt in een groep (intermenselijke gedragingen) zichtbaar. Dit
komt nauwelijks in een individuele sessie aan bod. Een derde voordeel van
groepstraining is dat de intensiteit van de persoonlijke relatie tussen therapeut en cliënt
wordt afgezwakt.
Groepstraining heeft ook een aantal nadelen. De therapeuten kunnen bijvoorbeeld
onmogelijk de emotionele reacties van ieder individu in de gaten houden. Daarnaast kan
de cliënt moeilijk haar emoties uiten of kan hij / zij juist emotioneel betrokken raken bij
problemen van anderen. Het luisteren naar het levensverhaal van anderen kan pijnlijke en
emotionele reacties oproepen. Ook is er vaak een verschil in tempo in de individuele
ontwikkeling, waardoor de training niet is aangepast op het niveau van de cliënt. Het
nadeel van een heterogene groep is dat men elkaars problematiek niet altijd kan
herkennen.
In tegenstelling tot een gesloten groep kan er bij een open groep voortdurend nieuwe
leden instromen. In veel klinische settings, zoals psychiatrische opname afdelingen, zijn
open groepen noodzakelijk. In een ambulante setting kan een gesloten groep gevormd
worden die een vaardigheidstraining gaat volgen.
Het voordeel van een open groep is dat de “borderliners” leren omgaan met verandering
in een relatief stabiele omgeving. Het nadeel van gesloten groepen is de moeilijkheid om
kleine veranderingen (positie van tafels) door te voeren. Ten tweede kan er makkelijker
van de agenda worden afgeweken.
Individuele therapie
Het voornaamste voordeel van individuele therapie is dat de therapie specifiek gericht is
op het individu. Het nadeel van een individuele training is dat het niet efficiënt is en dat
de therapeut moeite heeft met het vasthouden van een vaardigheidstrainingagenda. Bij
grote actuele problemen van de cliënt moet de therapeut een directieven rol spelen.

Therapieën
In de behandeling kan er gebruik gemaakt worden van de motivatiecirkel. De
motivatiecirkel bestaat uit verschillende stadia die doorlopen moeten worden voor een
succesvolle behandeling. De therapeut zal kennis moeten hebben van deze stadia, ze bij
de cliënt moeten herkennen en de cliënt kunnen begeleiden naar het volgende stadium.

1. De cliënt voorziet geen problemen
en zal zonder druk van buitenaf geen
hulp zoeken.
2. De cliënt overweegt om te
veranderen. Hij bekijkt de voor- en
nadelen.
3. De cliënt neemt de beslissing en
de uitvoering wordt voorbereid.
4. In dit stadium staat de gedachte
”er moet verandering plaatsvinden”
centraal.
5. Het volhouden van de verandering
is de grote uitdaging.
6. Het loskomen van oude
gewoonten en denkpatronen is
meestal een proces van vallen en
opstaan.

Het model van Lambert onderscheid vier factoren die bijdragen aan verandering. Dit
model laat ook zien dat de relatie tussen cliënt en therapeut erg belangrijk is in het
proces.
Cliënt en extra therapeutische factoren (voor 40% verantwoordelijk voor verandering)
Cliënt en therapeut relatie factoren (30%)
Placebo-, hoop en verwachtingsfactoren (15%)
Model techniek factoren (15%)

Lees hier verder over de relatie tussen patient en hulpverlener.

Bron: ‘Communiceren met borderliners’ A.Remmers & S. Schoen

Plaats een Reactie