Professionele begeleiding en kenmerken depressie

In dit artikel worden de kenmerken en de begeleiding van een cliënt met een depressieve stoornis uitgebreid beschreven. De begeleiding wordt benaderd vanuit het patronen van Gordon. Bij verpleegkundige kan tevens gelezen worden: begeleider, verzorgende, woonbegeleider, etc.

Kenmerken en symptomen Depressie

sombere stemming en verminderde interesse

  • somber gevoel dat voortdurend aanwezig is en iemands leven beheerst
  • gevoel te willen huilen, maar dit niet kunnen
  • gevoelens van angst, gejaagdheid, onrust of andere gevoelens van spanning
  • vaak lichamelijke spanning, benauwdheid, gespannen spieren en hoofdpijn, buikpijn of drukkend gevoel op de maag
  • sterk verminderde interesse, cliënt kan vaak niet meer genieten en heeft geen bestelling in datgene waarin hij eerst wel belangstelling had
  • interesse in sociale contacten en seksualiteit nemen af

lichamelijke symptomen

  • extreme vermoeidheid en verminderde energie. Cliënt voelt zich vaak futloos. Dagelijks handelingen worden een onmogelijke opgave
  • lichamelijke traagheid. Voortbewegen gaat langzaam. Expressies op het gezicht nemen af
  • spreken gaat vertraagd en kost veel moeite
  • verminderde eetlust en gewichtsverlies. Eten smaakt niet meer. Obstipatie komt voor.
  • slaapstoornissen met name inslaapstoornissen, veelvuldig wakker worden en vroeg ontwaken
  • dagschommeling. In de ochtend zijn de klachten vaak erger dan in de avond. Het opgang komen kost veel moeite

psychologische gevolgen

  • schuldgevoel kan zich omzetten in een schuldwaan. Het idee hebben dat hij overal schuldig van is. Ook het leed van anderen
  • concentratiestoornissen, aandacht er niet bij kunnen houden. Apatisch, besluiteloos en passief
  • vertraagd denken, gedachten blijven in een circel. (bradyfrenie)
  • tijdsbeleving is verstoord, tijd lijkt langzamer te gaan
  • suïcidale gedachten hebben. Een cliënt met een depressie vindt het leven vaak zo dermate zwaar er een eind aan te willen maken. Let op: komt ook voor bij de eerste weken behandeling met antidepressiva, er kan namelijk overgegaan worden op ‘actie’ de remming vanuit de depressie is weg.
  • schuldgevoel en gevoel van minderwaardigheid, cliënt maakt zichzelf verwijten. Geen goede partner, etc.

Verpleegkundige* zorg

Patroon van gezondheidsbeleving en instandhouding:

  • Verpleegkundige heeft een belangrijke rol om de cliënt te stimuleren en aan te moedigen voor zichzelf te zorgen. Een schoon en gezond mens voelt zich vaak al beter.
  • Verpleegkundige legt het belang van therapietrouw uit. Met name medicatie en meedoen aan activiteiten

Voedings- en stofwisselingspatroon:

  • Verpleegkundige moedigt de cliënt an om te eten en te drinken. Dit kan bijvoorbeeld ook samen gedaan worden(er bij zitten met een kop koffie, etc.)

Uitscheidingspatroon:

  • Verpleegkundige observeert en rapporteert het defaecatiepatroon van de cliënt door een lijst bij te houden
  • Verpleegkundige legt het belang uit van voldoende vezelrijke voeding en voldoende vochtinname. Dit om obstipatie te voorkomen.

Activiteitenpatroon:

  • Verpleegkundige stelt een gestructureerd programma op, gericht op concrete activiteiten. Door activiteiten kan de cliënt ervaren dat hij nog tot iets in staat is, wat zelfvertrouwen en zelfbeeld kan bevorderen. Moeten wel te realiseren activiteiten zijn die aansluiten bij de cliënt
  • in het dagprogramma moet voldoende ruimte zijn voor ontspanning. Met name in de ochtend het programma rustig aan houden. Dit i.v.m. Dagschommelingen.

Slaap en rustpatroon:

  • Verpleegkundige voert algemene maatregelen uit, als beker melk voor het slapen, voldoende geventileerde kamer, rust in de omgeving
  • Verpleegkundige voert voor het slapengaan geen moeilijke gesprekken, de cliënt kan dan juist gaan piekeren
  • Verpleegkundige bewaakt samen met de cliënt een voor hem juist dag en nacht ritme. Dit wordt tevens verwerkt in het dagprogramma.

Cognitie en waarnemingspatroon:

  • Verpleegkundige benaderd de cliënt met geduld en begrip
  • Verpleegkundige traint samen met de cliënt het geheugen en concentratie door middel van eenvoudige vraaggesprekken of spelletjes

Zelfbelevingspatroon:

  • Verpleegkundige stelt samen met de cliënt eenvoudig haalbare doelen op, om zelfwaardering op te bouwen
  • Door middel van goed luisteren naar de cliënt en regelmatig aandacht te geven bouwt de verpleegkundige een positieve vertrouwensrelatie op met de cliënt
  • Vanuit de vertrouwensrelatie die is opgebouwd, moedigt de verpleegkundige te cliënt aan minder afhankelijk gedrag te vertonen. Duidelijke afspraken maken wat de cliënt zelf doet.

Rollen en relatiepatroon:

  • Verpleegkundige spreekt samen met de cliënt af op welke tijden hij bij de medecliënten aanwezig is. Dit omdat iemand met een depressie nogal eens de neiging heeft zich af te zonderen
  • Verpleegkundige stimuleert de cliënt om partner en/of kinderen bij de behandeling te betrekken. Bijvoorbeeld door evaluatie gesprekken
  • Verpleegkundige maakt de verstoorde rolvervulling en de ervaring van de cliënt regelmatig bespreekbaar. Bijvoorbeeld één maal in de twee maanden

Seksualiteitpatroon:

  • Verpleegkundige maakt het seksueel disfunctioneren regelmatig bespreekbaar, indien de cliënt daar behoefte aan heeft. Vooral niet aandringen. Met name cultuur gebonden en niet bij iedere leeftijd gepast.

Stressverwerkingspatroon:

  • Verpleegkundige moedigt de cliënt aan om over zijn problemen te praten. Dit gebeurt door een open, empatische houding aan te namen
  • Verpleegkundige moedigt de cliënt aan om schuld en schaamte gevoelens te uiten
  • Indien de cliënt laat blijken een einde aan zijn leven te willen maken neemt de verpleegkundige de cliënt serieus en laat zich niet leiden door eigen vooroordelen ten opzichte van suïcide.
  • Verpleegkundige laat blijken dat er geen taboe rust op het praten over suïcidale gedachten , het onderwerp niet vermijden maar het expliciet aan de orde stellen

Waarden en levensovertuigingenpatroon:

  • Verpleegkundige ontkent de gevoelens en gedachten van de cliënt omtrent de zin van het leven niet. Zij maakt het juist bespreekbaar. Indien de cliënt er duidelijk niet uit komt met de verpleegkundige vraagt de verpleegkundige of de cliënt behoefte heeft aan een gesprek met bijvoorbeeld een dominee, imam of pastor.

* ook gelezen kan worden: begeleider, etc.

2 Reacties

  1. Wilco zegt:

    Heel erg blij met dit stuk. Dit had ik precies nodig mbt een client van mij. Heerlijk toch zo’n Vak Site.

  2. Psychiatrie Nederland zegt:

    Kijk dat horen we graag! (n.b.: tevens ter aanvulling op eerdere mails, maakt het allemaal wat overzichtelijker en praktischer, aangezien er veel vraag naar is)
    Groet

Plaats een Reactie