Autismespectrum Stoornissen I

autismeAutismespectrum stoornissen vormen een groep ontwikkelingsstoornissen die wordt gekenmerkt door:

* een verminderd vermogen tot sociaal contact
* een verminderd vermogen tot communiceren
* een verminderd gebruik van de fantasie
* een star patroon van steeds terugkerende stereotype bezigheden.

Autismespectrum stoornissen zijn alle verwant aan de autistische stoornis, ook wel autisme genoemd. In het diagnostische classificatiesysteem DSM-IV worden autismespectrum stoornissen ondergebracht in de categorie pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Deze stoornissen hebben zeer ingrijpende (= pervasieve) gevolgen voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Omdat ze zeer veel met elkaar gemeen hebben, worden ze in deze rubriek samen beschreven, in onderling verband.

De term ‘autismespectrum’ verwijst naar een zeer heterogene groep personen bij wie de sociale en andere problemen verschillen in type en ernst, met alle mogelijke soorten en combinaties van beperkingen. Enkele van deze combinaties zijn geëxpliciteerd in diagnostische categorieën, andere hebben (nog) geen naam gekregen of zijn ondergebracht in de restcategorie pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS)

Hoe vaak komt het voor?

Op basis van voornamelijk buitenlands onderzoek wordt aangenomen dat tenminste 28 op elke 10.000 kinderen lijden aan een autismespectrum stoornis. Van deze 28 kinderen lijden er ongeveer 10 aan de autistische stoornis, 15 aan PDD-NOS en 2 à 3 aan het Syndroom van Asperger. De stoornis van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd komen in verhouding veel minder voor.

Vertaald naar alle 4 miljoen jonge mensen tot 20 jaar in Nederland betekent dat minimaal 11.000 kinderen met een autismespectrum stoornis, waarvan:

* 4000 kinderen met een autistische stoornis
* 6000 kinderen met PDD-NOS
* 1000 kinderen met de stoornis van Asperger.

De bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op onderzoek waarin vooral aandacht was voor de autistische stoornis. In recent onderzoek, met een bredere opzet, bleek vooral het aantal kinderen met PDD-NAO veel hoger. Dit zou kunnen betekenen dat niet 28, maar ongeveer 60 kinderen per 10.000 lijden aan een autismespectrum stoornis. In dat geval zou het in totaal gaan om ongeveer 25.000 kinderen in Nederland, waarvan het overgrote deel lijdt aan PDD-NOS.

Er wordt wel beweerd dat het aantal kinderen met autismespectrum stoornissen sterk is toegenomen in de laatste decennia. Het is nog maar zeer de vraag of dat juist is. Waarschijnlijk wordt de gevonden toename veroorzaakt door verruiming van de definities en diagnostische criteria, en door een grotere bekendheid bij zowel leken als behandelaars.

Risico op andere stoornissen

Autismespectrum stoornissen gaan in de regel gepaard met 1 of meer andere psychische stoornissen.

* Autismespectrum stoornissen – en met name de autistische stoornis – komen in verhouding zeer veel voor bij kinderen met een verstandelijke handicap. Van elke 10 kinderen met een autistische stoornis hebben slechts 3 een normaal IQ, 3 anderen hebben geringe of matige beperkingen en de overige 4 zijn ernstig beperkt in het intellectueel functioneren.
* Het starre terugkerende gedragspatroon bij autismespectrum stoornissen heeft overeenkomsten met het gedrag van mensen met een obsessief-compulsieve stoornis. Het is de vraag of er in dat geval sprake is van 1 of 2 diagnoses.
* Volgens de criteria van oudere versies van de DSM waren de diagnoses autismespectrum stoornissen en ADHD elkaar uitsluitend. In de DSM-IV is dat criterium geschrapt, omdat het onderscheid in de praktijk niet altijd houdbaar is. In de praktijk is naar schatting bij ten minste 1 op de 3 kinderen met een autismespectrum stoornis tevens sprake van ADHD.
* Onder volwassenen met autismespectrum stoornissen die worden behandeld is depressie waarschijnlijk de meest voorkomende bijkomende stoornis. Exacte cijfers ontbreken echter.

Lees hier verder over oorzaak,diagnostiek en signalen

5 Reacties

  1. Sjouk zegt:

    Nice!goed en overzichtelijk artikel!
    hg
    Sjouk

  2. Maika zegt:

    Sjouk :Nice!goed en overzichtelijk artikel!hgSjouk

    dank u!

  3. Elin zegt:

    Hoi,

    Ik ben benieuwd wie deze recente onderzoeken hebben uitgevoerd? of wie dit artikel heeft geschreven?
    Heeft iemand een idee…..

    groetjes,
    Elin

  4. Beste Elin,

    Dit artikel is door mij geschreven. De informatie waarop dit artikel is gebaseerd komt uit ‘Beknopte psychiatrie ISBN 90-232-3362-X’

    Met vriendelijke groet,

    A.Rijkeboer
    Psychiatrie Nederland

  5. Robert zegt:

    is er een verband tussen autisme en het vaccinatieprogramma van het RIVM?

Plaats een Reactie