Noodmaatregelen BOPZ: ‘dwanginjectie toedienen’

In deze artikelen behandelen wij de noodmaatregelen volgens de BOPZ als separatie, afzondering, fixatie, dwangmedicatie/vocht/voeding. Er volgt een beschrijving van de te nemen procedures en een werkinstructie. In dit artikel de dwangmedicatie d.m.v. een injectie.

Algemeen handelingsmodel

  • maak de injectie klaar*. Dit kan ook door een collega gedaan worden. Gebruik gerust een spuit van 5 of 10 ml voor een injectie tot 4ml vloeistof. Dit geeft meer houvast
  • doe handschoenen aan in geval van twijfel of bij huidbeschadiging.
  • neem alleen mee in de separeer: de spuit met het hoesje om de naald, evt. desinfectans.
  • de cliënt ligt gefixeerd aan benen, armen en eventueel het hoofd en buik. (fixatiepunten)
  • ga zelf tussen de benen zitten of tussen de verpleegkundigen aan één van de zijden
  • vertel de cliënt, soms meermalen wat er gaat gebeuren. Ga niet in discussie!
  • bepaal de injectieplaats
  • als de cliënt zich verzet maak dan meermaals duidelijk dat het onnodig pijn doet als hij zich niet rustig houd
  • verwijder het hoesje van de naald, desnoods met je tanden. Fixeer de naald op de conus, de naald kan bij onrust van de spuit loskomen
  • naald inbrengen in de ontspannen spier
  • laat de spuit direct even los. De pijnreflex geeft spierspanning die bij een gefixeerde naald diep door de spier heentrekt. Dit kan een interne snijwond veroorzaken.
  • trek de stamper iets terug, om zeker te weten dat je niet in een vene zit. Wordt er bloed zichtbaar, naald iets terugtrekken. Het is in een noodsituatie niet verantwoord om volgens het protocol een geheel nieuwe injectie klaar te maken. Controleer nogmaals of er geen vene geraakt is.
  • start op geleide van de spierspanning met het inbrengen van de vloeistof. In een gespannen spier is het niet of nauwelijks mogelijk vloeistof in te brengen, dit is ten zeerste af te raden gezien de schade die dit kan berokkenen. Tevens kan de spuit van de naald losschieten met als gevolg dat de injectievloeistof verloren gaat. Het kan voorkomen dat je meermalen de vloeistof moet inbrengen, met name op het moment dat de spierspanning verlaagd is. Je kunt de spierspanning controleren door met je vrije hand rondom de injectieplaats te voelen
  • na het beëindigen van het injecteren de naald uitnemen. Doe deze niet meer in het hoesje. Het hoesje tussen je tanden laten zitten. De gene die spuit verlaat de separeer na laatste controle!
  • het team dat separeert kan wachten totdat de medicatie effect heeft, er kan ook voor gekozen worden om terug te trekken
  • informeer de cliënt over wanneer er weer een verpleegkundige op bezoek komt, en wijs hem er op hoe hij contact met de verpleegpost kan maken
  • wikkel de cliënt in een aanwezige extra deken om eventuele achtervolging te vertragen, scheelt een aantal seconden
  • de verpleegkundigen die de benen fixeren (dichts bij de deur) trekken het eerst terug. Daarna de verpleegkundigen aan de armen. Spreek dit van te voren af
  • sluit de deur en start observatie. Maak de cliënt duidelijk wie er toegang heeft tot audio/visuele observatie i.v.m. privacy

* veel voorkomende injectie vloeistoffen: Haldol (haloperidol), Temesta (lorazepam), Impromen (broomperidol)
** veel voorkomende injectie vloeistoffen  anti-parkinson & anti- extrapiramidale verschijnselen: Akineton (biperideen)

Rijkeboer A, Psychiatrie Nederland. Noodmaatregelen BOPZ: ‘dwanginjectie toedienen’. 06/07/2010
bronnen: appendix separeren, omgaan met agressie, drs. Geuk Schuur – Gerson, BPR, acute psychiatrie