Professionele begeleiding en kenmerken psychose

In dit artikel behandelen wij de psychose. Hoe handel je, als professional in de Geestelijke Gezondheidszorg, in vaak complexe situaties. In dit artikel zal worden ingegaan op de voortekenen van een psychose, het verloop, de omgeving, begeleiding, aandachtspunten schizofrene cliënt.

Voortekenen van een psychose

Angst, prikkelbaarheid en slaapproblemen kunnen wijzen op een naderende psychose. Deze voortekenen zullen echter per cliënt verschillen. Na verloop van tijd zal de omgeving de voortekenen herkennen. Bij de eerste psychose kun je ze vaak niet als voortekenen aanmerken. Pas achteraf zijn de signalen van de voorfase te herkennen. Hierdoor is het soms mogelijk om een volgende psychose te zien aankomen.

Voorbeelden van signalen die wijzen op een naderende psychose:

  • zich terugtrekken
  • concentratieproblemen
  • vergeetachtig of verward
  • snel geïrriteerd of agressief gedrag
  • sombere stemming, piekeren
  • dag-nacht-ritme omdraaien
  • afname of toename eetlust
  • minder aandacht voor zelfverzorging
  • moe en futloos zijn
  • achterdocht
  • preoccupatie of verhoogde interesse met geloofszaken, filosofie of paranormale onderwerpen
  • sensorische veranderingen, anders ruiken, zien, horen, voelen, proeven

Verloop van een psychose

De psychose kent verschillende fasen. De meest opvallende fase is de psychotische fase met hallucinaties, wanen en verwardheid. Vaak gaat hier een periode aan vooraf, waarin gedrag en stemming met bijbehorend affect veranderen, de zogeheten voorfase. Deze voorfase kan enkele dagen tot enkele maanden duren. De fase na of tussen de psychotische periodes wordt de stabiele fase genoemd. Hierin staan soms de negatieve symptomen op de achtergrond.

Het ontstaan van een psychose hangt af van een aantal factoren:

  • de individuele kwetsbaarheid om een psychose te ontwikkelen
  • de mate van stress naar het stress-kwetsbaarheidsmodel
  • de mate van coping

Als iemand psychotisch is, dan is hij het normale contact met onze werkelijkheid kwijtgeraakt. Dat wijst op een ernstige verstoring van de verwerking van informatie. Dit kan blijken uit een of meer van de volgende verschijnselen.

Hallucinaties: iemand die psychotisch is kan iets waarnemen (horen, zien, voelen, ruiken, proven) dat er in werkelijkheid niet is. Deze ervaringen zijn voor de betrokkene echt! Het horen van stemmen (akoestisch) is de meest voorkomende hallucinatie. Soms geven stemmen commentaar op het gedrag of geven ze opdrachten. Hallucinaties kunnen zeer hinderlijk zijn voor degene die er last van heeft. Als de cliënt op de stemmen reageert kan dit leiden tot vreemd of storend gedrag. Veelal lukt het de cliënt om deze ervaringen lang voor zich te houden, de omgeving komt er pas na verloop van tijd achter.

Wanen: dit zijn individuele ideeën of overtuigingen die absoluut niet in overeenstemming zijn met de algemeen geaccepteerde ideeën of opvattingen. Het draait bij een waan altijd om de betrokkene zelf, hij heeft bijvoorbeeld de overtuiging dat hij buitengewone kwaliteiten bezit, rechtstreeks in verbinding staat met een hogere macht of weet zeker dat er een complot tegen hem wordt gesmeed. Ogenschijnlijk gewone gebeurtenissen krijgen een speciale betekenis. Het is moeilijk al dan niet onmogelijk om iemand met wanen op andere gedachten te brengen. Hij houdt sterk vast aan zijn ideeën en is vaak niet gevoelig voor logische tegenwerpingen. Tegenwerpingen kunnen met name bij paranoïde wanen juist versterkend werken.

Verward denken: het denkproces kan de snel(tachyfrenie), te langzaam(bradyfrenie) of chaotisch zijn. Vaak lukt het niet om helder te denken. Soms gaat het verband tussen gedachten verloren. Hierdoor is het nogal eens lastig om te begrijpen wat iemand die psychotisch is precies bedoelt. Hij kan ook moeite hebben om de omgeving en anderen te begrijpen. Het kan veel moeite kosten om het gedrag van anderen te plaatsen.

Negatieve symptomen: duiden op het ontbreken van gedrag dat normaliter wel aanwezig is. Voorbeelden van negatieve symptomen: weinig spreken, apathie, futloos, geen gebruik maken van gebaren, vlakke gezichtsuitdrukking, terug getrokken gedrag vertonen. Negatieve symptomen kunnen zeer ernstig zijn. De cliënt heeft dan zijn vitaliteit en enthousiasme geheel verloren. Negatieve symptomen zijn vaak moeilijk te behandelen. Veelal wordt gekozen voor een behandeling d.m.v. Cognitieve gedragstherapie en medicatie.

Begeleiding van een psychotische cliënt

Doel van de begeleiding is om de psychotische beleving te beïnvloeden (realiteitsoriëntatie): zelfzorg bevorderen, het bieden van structuur, activiteiten zijn hulpmiddelen om de cliënt bij de realiteit te betrekken. De omgeving moet overzichtelijk zijn: kleine (gesloten) behandeléénheid, bij ernstige psychose evt. separeren.(kan ook angst vergroten!)

veiligheid bieden

  • vertrouwensrelatie is basis voor zorgverlening. Moet rustig en directief/sturend kunnen optreden en tegelijkertijd cliënt accepteren. Cliënt kan zich bedreigd voelen en afwerend of agressief reageren.
  • begeleiding moet ook dan veiligheid bieden door rustig te blijven en niet op de man te spelen. De agressie komt voort uit angst en is niet gericht op de persoon van de begeleider.
  • afstand houden: persoonlijk territorium is groter, ook emotioneel afstand houden
  • gevaar voorkomen zoals suïcide of automutilatie (bevelshallucinatie)
  • verwaarlozing voorkomen door goede hulp bij zelfzorg. Wel autonomie in acht nemen i.v.m. Realitietsoriëntatie.
  • Medicatie toedienen en observeren van werking en bijwerkingen
  • aandacht voor lichamelijke problemen t.g.v. Medicatie en psychose zoals uitdroging, obstipatie, slaapproblemen, voedingstekort(vergiftigingswaan)
  • aansluiten bij mogelijkheden van dat moment, niet overvragen. Wat is haalbaar?

structuur bieden

  • omgeving fysiek klein en overzichtelijk houden. Let op kleuren, prikkels, etc. Vaste groep begeleiders, niet te grote leefgroep.
  • dagstructuur bieden: ADL, activiteiten, huishoudelijk, werk, therapie, sport.(geen competitie i.v.m. stress) Muziek kan als buffer werken voor akoestische hallucinaties.
  • autonomie en zelfzorg bevorderen. Zo veel mogelijk bevorderen en langzaam opbouwen.
  • overzicht: niet te veel keuze momenten. Zeker niet voor het slapen gaan. Activiteiten gedoseerd aanbieden
  • fysieke afstand bewaren. Met name bij 1 op 1 activiteiten in het begin van de begeleiding.
  • bij terugtrekken a.g.v. Psychose weer betrekken bij het groepsproces. Wel ruimte bewaren voor privacybehoefte
  • zo nodig gedrag sturen

begeleiding

  • ga nooit mee in de psychose, erken deze en zeg dat jij deze waarneming niet ervaart.
  • ga niet interpreteren, vertellen of uitleg vragen wat de cliënt denkt of voelt. Interpreteren vergroot de chaos en verwarring
  • blijf eerlijk. Als je de cliënt niet begrijpt zeg het dan. Ga niet eindeloos doorvragen om hem precies te kunnen begrijpen. Dit verhoogd stress en verwarring neemt toe
  • ga niet te veel echt zitten voor een gesprek. Voor dit tijdens activiteiten zodat je een bliksemafleider bij de hand hebt als de druk te groot dreigt te worden
  • vertel je mening als je iets vreemd of niet reëel vindt, zo blijft de grens tussen hulpverlener en de cliënt.
  • geef eigen grenzen aan. Bijvoorbeeld als je aanraking niet als prettig ervaart.

specifieke begeleiding

  • zet je vooroordelen aan de kant, bespreek ze met collega’s. Vooroordelen vormen een barrière tussen jou en de cliënt
  • zoek regelmatig contact. Geef positieve aandacht en laat merken dat je de cliënt accepteert . Dit vergroot de eigenwaarde van de cliënt.
  • ondersteun de cliënt bij activiteiten die hij moeilijk vindt. Vertrouwen helpt om angst te overwinnen
  • doe wat je zegt en kom na wat je beloofd! Dit zal de vertouwensband versterken.
  • help zonodig zichzelf te oriënteren door te vertellen hoe laat het is, waar hij is en wie je bent. Hiermee haal je de cliënt in de werkelijkheid.
  • raak niet zonder meer aan, wees hier voorzichtig mee. Cliënten met achterdocht of angst kunnen dit als zeer bedreigend ervaren. Ga ook niet zomaar achter iemand staan.
  • praat duidelijk en hard genoeg zodat hij je kan verstaan. Doe niet geheimzinnig en ga niet zomaar lachen. Voorkom achterdocht.
  • wees alert op tekenen van hallucinaties. Zoals in zichzelf lachen en praten of midden in een zin stoppen. Dit kan duiden op een belevingshallucinatie met als gevolg een agressieve reactie. Probeer dit te voorkomen.
  • ontken wanen niet en ga hier niet over in discussie. Hierdoor gaan de wanen niet weg en een vertrouwensrelatie wordt hier door bemoeilijkt. Maak gebruik van therapeutische technieken als: “ik kan me dat moeilijk voorstellen.”
  • voorkom een competitie element in activiteiten. Dit kan de achterdocht en stress vergroten. Stuur aan op relatie gerichte activiteiten. (sociale contacten)
  • zorg voor een laag EE (expressed emotions). Dit helpt de cliënt een evenwicht te vinden tussen draaglast en draagkracht en helpt hem om redelijk te kunnen blijven functioneren zonder te vluchten in een psychose of vermijdingsgedrag.
  • als de cliënt boos op je is, ga dan niet in de verdediging. Zijn gevoelens uiten kan hem helpen om achter zijn problemen te komen
  • stel doelen die op korte termijn te realiseren zijn. Hiermee voorkom je frustraties als gevolg van het niet kunnen halen van te hoog gegrepen doelen en geef je tegelijkertijd een positieve stimulans om verder te gaan
Rijkeboer A, Psychiatrie Nederland. Professionele begeleiding en kenmerken psychose. 05/07/2010