WODC onderzoek: geen grote verschillen in recidivecijfers per FPC

WODC onderzoek: geen grote verschillen in recidivecijfers per FPC

De recidivecijfers van de tien grotere TBS klinieken zijn relatief laag en laten onderling geen grote verschillen zien. Dat blijkt uit een WODC onderzoek over dit onderwerp, dat door staatsecretaris Teeven naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het is de eerste keer dat de recidivecijfers van klinieken niet-geanonimiseerd in beeld zijn gebracht.

In het onderzoek is de recidive onder ex-patiënten die tussen 2004 en 2010 een TBS kliniek hebben verlaten gemeten. Het WODC heeft vervolgens de cijfers van iedere kliniek vergeleken met de cijfers die verwacht mochten worden op grond van de achtergrondkenmerken van de patiënten die zij behandeld hebben. Het blijkt dat geen enkele TBS kliniek het slechter doet dan verwacht mag worden. De onderzoekers merken op dat om oorzaken van recidive te begrijpen ook de leefomstandigheden in de periode na de beëindiging van de maatregel moet worden meegenomen.

Staatssecretaris Teeven vindt het WODC onderzoek waardevol. De recidive bij ex-tbs-patiënten is verhoudingsgewijs laag. Het rapport toont dat alle klinieken hieraan een belangrijke bijdrage leveren. De samenwerking tussen de instellingen en de monitoring vanuit het ministerie zijn volgens Teeven belangrijke oorzaken van de relatief lage recidivecijfers. Daarnaast geven de resultaten duidelijkheid in een al langer lopende discussie over de prestaties van individuele klinieken.

 

Share this post

Geef jouw reactie!