Wetenschappelijk onderzoek naar de werkzaamheid van methylfenidaat (Ritalin) klopt van geen kanten, waardoor onduidelijk is hoe goed het middel werkt. Artsen moeten daarom voorzichtig zijn bij het voorschrijven ervan. Dit blijkt uit een door de Cochrane Collaboration uitgevoerde analyse van 185 eerder gepubliceerde studies. De resultaten zijn woensdag gepubliceerd  in het British Medical Journal. 

In alle 185 gepubliceerde studies naar het effect van methylfenidaat bij kinderen en jongvolwassenen werden zaken gevonden die de betrouwbaarheid van de conclusies aantastte. Daardoor staat niet onomstotelijk vast of de behandeling met dit medicijn het gewenste effect heeft en of het opweegt tegen de nadelen.

Psychiater en ADHD-deskundige Sandra Kooij van PsyQ in Den Haag maant tot kalmte. “Artsen moeten altijd controleren of het middel bij een patiënt aanslaat en of het niet teveel bijwerkingen geeft. Methylfenidaat behoort tot de beste medicatie de we hebben. De ruim vijftig jaar ervaring die we er mee hebben bij kinderen en de twintig jaar bij volwassenen hebben behandelaars wel overtuigd dat het werkt. Dat hoeven we niet opeens overboord te zetten.”

De onderzoekers roepen op betere studies te doen, waarin methylfenidaat moet worden vergeleken met een nocebo, een middel dat niets aan de ADHD-symptomen doet maar wel vergelijkbare bijwerkingen geeft.

Methylfenidaat (vooral bekend onder de merknamen Ritalin en Concerta) is de eerste keus voor de behandeling van ADHD. Volgens cijfers van het Zorginstituut slikten in 2014 bijna 100.000 jongens en ruim 36.000 meisjes onder de 25 jaar het. Methylfenidaat is hiermee het meestgebruikte medicijn voor kinderen met ADHD.

Bron: NRC Next

Sander Brouwer is GGZ Verpleegkundig Specialist en daarnaast directeur van DigiHe@lth I(C)T. Sander is oprichter en hoofdredacteur van Psychiatrie Nederland. Hij heeft in de afgelopen jaren ook eerder zeer succesvolle websites ontwikkeld die zich richtten op de gezondheidszorg.