Review niet-medicamenteuze, effectieve interventies bij SOLK

Review niet-medicamenteuze, effectieve interventies bij SOLK

In een Cochrane Review hebben Nederlandse onderzoekers samengevat welke niet-medicamenteuze interventies effectief zijn bij somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) en somatoforme stoornissen bij volwassenen.

Verschillende interventies werden vergeleken met gebruikelijke behandeling, een wachtlijst-conditie, een psychologische placebobehandeling of steunende en structurerende therapie. Er werden 21 gerandomiseerde onderzoeken gevonden met in totaal 2658 deelnemende patiënten. Bij de meeste studies was er sprake van chronische SOLK die al enkele jaren bestonden. Alle studies onderzochten psychologische interventies, voornamelijk cognitieve gedragstherapie (CGT) en mindfulness therapie. Er werden geen studies naar fysieke therapieën gevonden, zoals psychosomatische fysiotherapie of psychomotore therapie. De hoeveelheid sessies varieerde tussen één en 13. Ook de follow-up periode varieerde van twee weken tot twee jaar.

Alle studies samengenomen, leidde psychologische therapie vergeleken met gebruikelijke zorg of een wachtlijst-conditie tot een afname van de lichamelijke klachten aan het einde van de behandeling (SMD -0.34; 95% betrouwbaarheidsinterval -0.53 tot -0.16; N=10 studies). Dit wordt beschouwd als een klein tot medium effect. Alleen voor CGT waren genoeg studies beschikbaar om te concluderen dat dit type therapie effectief is voor klachtenreductie, ook op de langere termijn. Echter, wanneer de specifieke psychologische therapieën met andere psychologische behandelingen vergeleken werden (bijvoorbeeld met een vorm van steunende en structurerende therapie) was er meestal geen duidelijk verschil in de grootte van het behandeleffect, ook niet bij CGT. Er waren vrijwel geen bijwerkingen.

Samenvattend lijkt het dus zo dat psychologische therapie werkt bij SOLK en somatoforme stoornissen, maar dat het nog onduidelijk is welk onderdeel precies werkzaam is.

Er dienen wat opmerkingen gemaakt te worden voor de interpretatie van bovenstaande conclusie. Zoals bij de meeste psychologische studies, is er een hoog risico op bias, omdat blinderen lastig is. In de helft van de studies was het loss to follow-up hoger dan 20%. De algemene kwaliteit van de geïncludeerde studies werd daardoor als matig beoordeeld. Daarnaast waren de meeste studies gericht op patiënten met langdurig bestaande SOLK. Of de resultaten hetzelfde zijn voor patiënten met nieuw ontstane SOLK, valt op basis van dit review niet te zeggen.

Auteurs merken verder op dat alle studies in deze review patiënten recruteerden die bereid waren een psychologische behandeling te ontvangen. In de dagelijkse praktijk is er vaak weerstand tegen een psychologische behandeling bij patiënten met SOLK of somatoforme stoornissen. Het is de vraag hoe groot deze groep is, en of dit gevolgen zou hebben voor het behandeleffect als ze toch gemotiveerd zouden worden om deel te nemen. Auteurs adviseren verder om in de toekomst meer behandelingen naast CGT te onderzoeken, met name ook fysieke therapieën. Ons inziens zou het ook waardevol zijn om interventies bestaande uit een integratie van fysieke en psychische behandelingen op effectiviteit te onderzoeken.

Van Dessel N, Den Boeft M, van der Wouden JC, Kleinstäuber M, Leone SS, Terluin B, Numans ME, van der Horst HE, van Marwijk H. Non-pharmacological interventions for somatoform disorders and medically unexplained physical symptoms (MUPS) in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2014 Nov 1;11:CD011142.

Bron: Solk

Share this post

Geef jouw reactie!