Psychiatrische aandoeningen, stigmatisering én de invloed van media

Psychiatrische aandoeningen, stigmatisering én de invloed van media

Een psychische aandoening treft bijna de helft (om precies te zijn 42,7%) van de Nederlanders ooit in zijn of haar leven. Er rust nog een groot taboe op psychische aandoeningen als borderline, depressie, een angststoornis, autisme. Ook bestaan er veel vooroordelen over mensen met een psychische aandoening. Sterker nog, er is sprake van een fenomeen dat nog nadeliger is dan de klachten zelf: stigmatisering. Mensen met een psychische ziekte, hebben er dus eigenlijk een tweede ziekte bij. Stigmatisering is ‘zo oud als de wereld’, maar wordt internationaal de laatste jaren steeds meer als ernstig knelpunt ervaren (de Goei, Plooy & Weeghel, 2006). Met alle berichtgevingen van de laatste tijd blijft stigmatisering en dus ook dit artikel zeer actueel.

Stigma is een van de belangrijkste problemen die mensen met een psychische aandoening ervaren én een van de meest bepalende elementen in de beleving van psychiatrische patiënten

Stigmatisering is een proces waarin een groep personen negatief gelabeld, veroordeeld en uitgesloten wordt op grond van gemeenschappelijke, afwijkende kenmerken en/of gedragingen die angst of afkeer oproepen en waarvoor de betrokkenen meer of minder verantwoordelijk worden gehouden. Vaak is sprake van overdrijving en wordt het gedrag van een of enkele individuen representatief geacht voor de hele groep.

Een voorbeeld van een bizarre uitspraak / oproep van psychiater en hoogleraar Hjalmar van Marle naar aanleiding van de gebeurtenissen bij de NOS:

“We moeten allemaal extra alert zijn op verwarde personen. Net zoals we letten op verdachte pakketjes op het station.”

 

Een vergelijking maken tussen verwarde mensen en verdachte pakketjes is ongepast en beledigend.

In de literatuur is veel geschreven over vormen van stigma. Uit onderzoek van Catthoor, de Hert en Peuskens (2003) blijkt dat zij een zeer belemmerende rol in het leven van patiënten speelt. Bij de definiëring van stigma wordt in de literatuur verschillende accenten gelegd. Een gezamenlijk kenmerk is dat stigma bepaalde groepen mensen negatieve eigenschappen toeschrijft, die hun sociale status verlagen en levenskwaliteit drastisch verminderen. Psychische aandoeningen zijn de meest gestigmatiseerde condities in onze samenleving. Van alle patiënten met psychiatrische aandoeningen worden individuen met schizofrenie verreweg het meest gediscrimineerd (Rukavina et al. 2011). Zij ervaren de meeste hinder van stigma’s en worden het vaakst uitgesloten van de maatschappij (Boke, Aker, Alptekin, Sarisoy & Rifat 2007).

Vooroordelen maken het moeilijker voor patiënten om werk te vinden en te behouden, toegang te krijgen tot voorzieningen, woonruimte te vinden en relaties aan te gaan. Stigmatisering belemmert daarmee de maatschappelijke integratie en rehabilitatie. Het beleid van zorg en overheid om mensen met schizofrenie terug te laten keren naar de samenleving wordt door stigma ondermijnd. (de Goei, Plooy & van Weeghel, 2006). Onvoorspelbaar, onbekwaam en gevaarlijk: dat zijn de meest voorkomende en hardnekkigste vooroordelen over mensen met een psychiatrische aandoening (Penn en al. 1994, Nugter & Dijker, 2004).

Waar we in dit artikel vooral aandacht aan willen besteden is met name het zogeheten publieke stigma: hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld uitspraken door de media, zoals ‘mensen met een psychose zijn gevaarlijk’. Verschillende media en journalisten zonder (voldoende) kennis van de ggz en psychiatrische aandoeningen doen dergelijke stigmatiserende uitspraken voortdurend.  Een mogelijke oorzaak kan zijn dat (hoofd)redacteuren de neiging hebben markttrends te volgen. Dat wil zeggen dat zij eerder voor spannende en sensationele onderwerpen kiezen omdat de verkoopcijfers van de krant of inkomsten voor de online media, dan omhoog schieten. (Boke et al. 2007). Volgens de Goei, Plooy en van Weeghel (2006) geven kranten, televisie en films een vertekend beeld van mensen met psychische aandoeningen: zij worden vaak als gevaarlijke gek of als aandoenlijke gestoorde geportretteerd.

Veel buitenlandse studies wijzen uit dat er een verband bestaat tussen de (negatieve) beeldvorming uitgedragen door de media en de negatieve attitudes van haar publiek tegenover psychische aandoeningen. De informatie die de media geeft over schizofrenie is vaak negatief en draagt bij aan verdere stigmatisering van de aandoening. Zo blijkt uit een studie van Nawkova et al. (2011) dat krantenberichten grotendeels een direct verband laten zien tussen de aandoening en agressief gedrag.

Audiovisuele en geschreven media worden, zelfs in het Internet tijdperk, beschouwd als de belangrijkste bronnen van informatie over psychische aandoeningen (Boke et al., 2007, Hannigan, 1999). Daarom spelen zij een cruciale rol in de algemene beeldvorming over psychiatrie en psychiatrische patiënten (Boumans & Oderwald, 2009). Hoewel de media kan functioneren als waardevolle bron voor het correct informeren van de samenleving blijkt het in de praktijk niet altijd het geval. Veel informatie is in het merendeel van de gevallen onjuist en de (on)bewuste interpretaties zijn misleidend en dragen bij aan de verdere stigmatisering van psychische aandoeningen (Pierson, 2011).

Uit geen enkel onderzoek is gebleken dat mensen met een psychiatrische diagnose gewelddadiger zouden zijn dan de rest van de bevolking. Mensen met schizofrenie zijn honderd keer gevaarlijker voor zichzelf dan voor anderen en er bestaat maar een .0005% kans dat iemand slachtoffer wordt van een persoon met deze aandoening (de Goei, Plooy & Weeghel, 2006). Volgens Monahan (1992) is het risico op geweld zelfs zeer bescheiden in vergelijking met risicofactoren als leeftijd, geslacht, een verleden met geweld, sociaaleconomische status en opleidingsniveau. Als geweld al bij de aandoening voorkomt hangt dit nauw samen met drugsverslaving of
de aanwezigheid van acute symptomen (psychoses) en de sociale context.

In Nederland verbindt de stichting Samen Sterk zonder Stigma (SSzS) vele antistigma-initiatieven en heeft speerpunten voor stigmabestrijding op het werk en in de GGz. Sinds 2011 timmert Samen Sterk aan de weg om in Nederland psychische aandoeningen beter bespreekbaar te maken en stigma en discriminatie te verminderen. Bestaande initiatieven en campagnes in het buitenland vormden een bron van kennis en inspiratie, o.a. het omvangrijke en ambitieuze Time to Change in Groot Brittannië.

Vanwege de grote nadruk op participatie van mensen met een beperking, zou stigmabestrijding de komende jaren ook een belangrijk speerpunt zijn van het overheidsbeleid. Ook onder hulpverleners zou de behoefte groeien aan betrouwbare informatie over dit thema. Maar wanneer wordt het een speerpunt van de media in Nederland?

Volgens Anoiksis kan de vicieuze cirkel van negatieve beeldvorming bij psychiatrische aandoeningen enkel doorbroken worden wanneer de media ophoudt te vernoemen dat de persoon die een delict pleegt ook een psychiatrische aandoening heeft. Dit is namelijk totaal irrelevant aangezien er geen verband bestaat tussen vatbaarheid voor criminaliteit en psychische aandoeningen.

De tijd is – ook volgens Kenniscentrum Phrenos – rijp om gerichter stigma te bestrijden, met interventies die (bewezen) succesvol zijn. Er is (meer) onderzoekskennis nodig om de aanpak van stigma beter op doelgroepen en domeinen te kunnen afstemmen. Daartoe moeten de kennis en de krachten worden gebundeld, in de vorm van een (Academische) Werkplaats Stigmabestrijding waarin meerdere partijen samenwerken. Vanuit zo’n werkplaats kunnen antistigma programma’s systematisch worden ontwikkeld, getest en in de praktijk verspreid. Wat kunnen we hierbij van het Verenigd Koninkrijk leren, waar men meer ervaring heeft met (onderzoek naar) antistigma programma’s?

Anders dan in landen als Engeland, Duitsland en Canada wordt er in ons land nauwelijks aandacht besteed aan het probleem stigmatisatie en de rol van de media hierin.  Stigmatisering van psychiatrische patiënten wordt niet als een urgente kwestie beleefd door de media. In Engeland daarentegen lijkt er wel in toenemende mate aandacht vanuit de media voor stigmatisering dankzij de campagne van organisatie Time To Change. De organisatie heeft op haar website een speciale pagina / media centrum ingericht speciaal voor de media en biedt richtlijnen, adviezen, contacten en advies voor journalisten. Er worden zelfs richtlijnen gegeven hoe op de taal te letten (Mind Your Language!) bij berichtgeving over psychiatrische patiënten. Kortom, zeer goede voorbeelden van hoe de media begeleid en geadviseerd kan worden om stigmatisatie van psychiatrische patiënten te voorkomen.

Een dergelijke informatieve website, al dan niet alleen gericht op journalisten en media, zou als Best Practice ingezet kunnen worden in Nederland. Samenwerking tussen diverse koepelorganisaties van professionals én patiënten zou dit toch mogelijk moeten maken?

Het aanbieden van informatie aan de bevolking kan de misvattingen over het gevaarlijke karakter van schizofreniepatiënten en hun onvermogen om te communiceren, nuanceren (Wolff, Pathara & Craig 1996). Volgens het onderzoek van Lee (2002) blijkt dat een negatieve houding en stigmatisering wordt veroorzaakt door een gebrek aan kennis. Ook zijn aandoeningen als schizofrenie moeilijker voor buitenstaanders te begrijpen en daardoor meer beangstigend. Volgens onderzoek van Catthoor, de Hert en Peuskens (2003) en Wolff, Pathara en Craig (1996) kan duidelijke en heldere informatie bijdragen aan een positiever beeld van de aandoening.

Share this post

Geef jouw reactie!