Terwijl overheid en zorgverzekeraars proberen de omvang van de traditionele tweedelijns ggz voor common mental disorders en van de langdurige zorg voor patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen (epa’s) terug te brengen door ingrepen in de bekostiging van de zorg, breekt er in de wetenschappelijke psychiatrie een ontwikkeling door die op langere termijn veel betere perspectieven biedt op gezondheidswinst tegen lagere kosten. Het gaat hier om het perspectief van het voorkómen van epa’s door vroege opsporing van – en interventie in – voorstadia.
Deze ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen, en het potentieel ervan is nog nauwelijks doorgedrongen tot de beleidsmakers. Maar nu al toont het paradigma van vroege interventie een enorme innovatiekracht. Het Nederlandse onderzoek op dit gebied staat internationaal zeer hoog aangeschreven, en leidde tot opzienbarende resultaten en toonaangevende zorgvernieuwing. Maar de reguliere implementatie van vroege opsporing en interventie in de dagelijkse ggz-praktijk wordt nu bedreigd door de noodzaak tot structurele
bezuinigingsmaatregelen, waarbij ook deze ontwikkeling niet ontzien wordt.

Download Artikel ‘Naar een nieuwe psychiatrie: vroegdetectie
en preventie van ernstige psychiatrische aandoeningen’

Tijdschrift voor Psychiatrie 57 (2015) 11, 782 – 784

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!