En weer draait in de bioscoop een film over psychische problemen en hoe daar mee om te gaan. De film X+Y gaat over Nathan, een hoogbegaafde jongen met symptomen in het autistisch spectrum, zijn moeder, zijn leraar en zijn teamgenoten. En dat alles tegen de achtergrond van een Britse ploeg, die oefent voor deelname aan Internationale Wiskunde Olympiade. De regisseur Morgan Matthews won in 2011 een BAFTA Award (Britse ‘Oscar’) voor zijn documentaire over een echte olympische wiskundeploeg.Ook een film met psychische problematiek wil ik allereerst beoordelen als film; word ik geboeid, zijn de acteurs geloofwaardig, is het een aantrekkelijke publieksfilm (kijkcijfers) geworden? Dat is X+Y zeker. Films waarin een personage met kennelijk psychische problemen of een behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg een centrale rol vervuld, vragen ook om een secundaire benadering; wordt er een geloofwaardig en evenwichtig beeld weergegeven? Ook dat doet X+Y. Het gedrag van Nathan (Asa Butterfield) en bijvoorbeeld zijn relatie met zijn moeder (Sally Hawkins, Jasmine) en belangrijke personen in zijn leven zoals een leraar (Rafe Spall, Life of Pi) worden met alle mogelijke nuances verbeeld. De Britse krant The Guardian is daar heel duidelijk over, http://www.theguardian.com/film/filmblog/2015/mar/12/autism-in-film-x-plus-y-stereotypical-or-audacious. Een aanrader dus voor wie na de dramatische documentaire over Amy Whinehouse nog tijd heeft (en een goede bioscoop in de buurt).

Voor wie meer wil lezen over het gebruik van publieksfilms in voorlichting over (mensen met) psychische problemen bevat het augustusnummer van het Tijdschrift voor Psychiatrie een interessant artikel, http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/issues/492/articles/10644. De schrijvers constateren dat er voor ‘(toekomstige) zorgverleners intussen honderden films beschikbaar zijn die een beeld schetsen van psychiatrische aandoeningen. Sommige van die films zijn uiterst geschikt voor educatieve doeleinden. Niet zelden echter wordt een bijna karikaturaal beeld geboden. Dit leidt eerder tot een verdere stigmatisering van een bepaalde aandoening dan tot een beter begrip. Maar ook voor mensen die aan psychiatrische aandoeningen lijden of geleden hebben en hun verwanten, kunnen films helpen dit psychisch lijden beter te verstaan. Sommige films zijn hiertoe beter geschikt dan anderen’. In het artikel bespreken zij vijf films. Elke film verschilt in ‘bruikbaarheid’. Maar zij constateren dat het gezamenlijk bekijken en bespreken van een film waardevol en nuttig kan zijn. Het bevordert bovendien een holistische benadering, zeker als gebeurt in een team van hulpverleners. Films bevorderen ook het herkennen van wat de auteurs ‘prototypes’ noemen. Het prototype bevat meer een bundeling van positieve en negatieve symptomen. Het vierde waardevolle element is aandacht voor de context, waarin aandoeningen opduiken.. Tenslotte kunnen films bijdragen aan het terugdringen van stigmatisering.  

In het decembernummer van Psychiatry Research,volume 220, issue 3, bespreken Duitse onderzoekers het effect van films tijdens een festival “Ausnahme Zustand”. Zij bevragen ruim 500 bezoekers voor en na het bekijken van de film. Zij kijken vooral naar de mate waarin films sociale distantie (nauw gerelateerd aan stigmatisering) veroorzaken. De ene film veroorzaakt meer sociale distantie dan de andere. Maar het effect is ook afhankelijk van het zaken als leeftijd, geslacht en opleiding.

Wie een bioscoopfilm wil gaan gebruiken, moet niet alleen met zorg een film uitzoeken. Er blijkt keuze genoeg; https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_films_featuring_mental_disorders.

Maar of een film bijdraagt aan stigmatisering of destigmatisering is dus ook in grote mate afhankelijk van het publiek.

Martin van ’t Klooster voor Psyned

Trefwoorden:

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!