Jaap van der Stel, lector van het Lectoraat GGZ van hogeschool Leiden, denkt niet dat hij er ver naast zit als hij stelt in zijn column op platform Discura dat in Nederland in en om de (psychische) gezondheidszorg het vertrouwen laag is. Overheid en zorgverzekeraars geven blijk van structureel wantrouwen jegens instellingen en beroepsbeoefenaren en omgekeerd geldt hetzelfde. Burgers mopperen wat af, zelfs als ze geen of weinig patiëntervaringen hebben. En ook zorgverleners onderling nemen elkaar voortdurend de maat omdat ze het ‘gevoel’ hebben dat … En last but not least denken veel bestuurders en managers ook dat ze hun medewerkers maar matig kunnen vertrouwen. Het gevolg van dit alles is een permanente stroom aan nieuwe registratiemethoden, richtlijnen, protocollen, visitaties, accreditaties en wat al niet om het handelen van anderen te kunnen beoordelen en zo mogelijk ‘aan te sturen’.

En werkt het? Volgens van der Stel niet echt. “Het is zeker gelukt om instellingen te laten blindstaren op ‘productiecijfers’. De tijd die medewerkers in het invullen van registratieformulieren stoppen is beslist toegenomen. En het aantal richtlijnen, protocollen en zorgstandaarden is absoluut gestegen – er komt geen eind aan –, al verwacht niemand dat al dat papier door iedereen wordt gelezen, laat staan ernaar handelt, aldus de lector.

Zijn die gevoelens waarin het gaat om gebrek aan vertrouwen terecht? Zijn er goede redenen om als zorgverlener of burger de zorgverzekeraars of overheden te wantrouwen? En hebben die instituties niet gewoon gelijk als ze de wensen van burgers of patiënten niet zomaar accepteren en de werkzaamheden van zorgverleners met enig ‘gezonde’ scepsis tegemoet treden? Van der Stel beperkt zich in het vervolg van de column op Discura tot het vertrouwen van burgers of patiënten in hulpverleners.

BronDiscura

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!