Aankomende vrijdag promoveert Sarai Boelema van de Universiteit van Utrecht op onderzoek naar alcoholgebruik en cognitief functioneren onder jongeren. De conclusie van haar onderzoek is dat alcohol drinkende jongeren niet slechter gaan functioneren wat betreft concentratievermogen, impulscontrole en geheugen dan hun niet-drinkende leeftijdgenoten. Het Trimbos-instituut heeft met belangstelling kennisgenomen van de resultaten maar het onderzoek vraagt wel om een reactie.

Van alcohol is bekend dat het een neurotoxische stof is voor het brein. Het heeft een direct verdovend effect op de werking van brein maar kan ook de structuur van het zenuw- en hersenweefsel aantasten. Uit dierexperimenteel, neuro-cognitief en FMRI-onderzoek komen aanwijzingen dat alcohol invloed kan hebben op de ontwikkeling van delen en functies van de hersenen. Met name hersengebieden die bij leren en geheugen betrokken zijn (zoals de hippocampus) en de rijping van de prefrontale cortex zouden gevoelig zijn voor alcohol tijdens de adolescentie. Onderzoek naar het effect van alcohol op het ontwikkelende brein van adolescenten is een relatief nieuw onderzoeksterrein voor de wetenschap en is nog stevig in ontwikkeling.

Kanttekeningen bij onderzoek
Het onderzoek van Boelema kunnen we plaatsen in de kennisopbouw rond dit thema en geeft antwoord op een aantal onderzoeksvragen over het effect van alcohol op neurocognitief functioneren. Boelema vindt nauwelijks effecten van alcoholgebruik op het cognitief functioneren, maar hier zijn wel een aantal kanttekeningen bij te plaatsen. De belangrijkste kanttekening is dat de gevolgen van het alcoholgebruik op de hersenen op een indirecte manier zijn gemeten, namelijk middels het presteren op een aantal laboratorium taken. Het feit dat er in het onderzoek geen effecten worden gevonden betekent niet automatisch dat er geen schade is. Daarvoor is aanvullend, longitudinaal onderzoek nodig, waarbij de schade aan de hersenen ook op een meer directe manier gemeten wordt (door middel van fMRI of EEG).

Alcoholbeleid
Een belangrijke vraag die het onderzoek van Boelema ook oproept is: moeten we nu het strengere alcoholbeleid aanpassen, kloppen de aannames onder het beleid nog wel? Het Trimbos-instituut is van mening dat deze studie geen aanleiding geeft om het beleid te herzien. Zoals uit het bovenstaande blijkt, moet er nog veel meer longitudinaal onderzoek gebeuren naar het effect van alcohol op het ontwikkelende brein van adolescenten. Maar de onderliggende argumentatie om het alcoholbeleid aan te passen was veel breder dan alleen het verhoogde risico op hersenschade. Jongeren die vroeg beginnen met drinken, ontwikkelen op latere leeftijd eerder problemen met alcohol en lopen meer kans op alcoholafhankelijkheid.

Daarnaast lopen jongeren meer risico’s op alcoholvergiftigingen, (verkeers)ongevallen, onveilig seksueel gedrag, zijn ze onder invloed van alcohol vaker betrokken bij vandalisme en uitgaansagressie. Jongeren die vroeg beginnen met drinken presteren over het algemeen slechter op school en verzuimen vaker. Daarnaast wordt ook steeds duidelijker dat alcohol het risico’s op diverse vormen van kanker (zoals bijvoorbeeld, borst, lever en slokdarmkanker) verhoogt. Kortom alcohol is een riskante stof die niet past bij jongeren in ontwikkeling.

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!