Op weg naar een gelijkzijdige driehoek! Kwalitatief onderzoek naar het effectief betrekken van naasten binnen GGzE De Boei

Op weg naar een gelijkzijdige driehoek! Kwalitatief onderzoek naar het effectief betrekken van naasten binnen GGzE De Boei

GGzE De Boei is een onderdeel van GGzE; GGzE biedt zorg en ondersteuning aan kinderen, jeugdigen, volwassenen en ouderen met een complexe, meervoudige en langdurende psychiatrische of psychosociale aandoening. GGzE De Boei biedt als onderdeel van GGzE verschillende vormen van hulpverlening aan op het gebied van wonen, begeleiding en dagbesteding (GGzE, z.d.). Dit onderzoek is specifiek gericht op de beschermde woonvormen (BW’s) die vallen onder de centra van woonbegeleiding (CWB) van GGzE De Boei. Daniëlle Hovers, de opdrachtgever, merkte op dat naasten niet of nauwelijks betrokken worden bij de begeleiding en het herstel van cliënten (persoonlijke communicatie, 2013, december 4). Daarnaast is in het meerjarenbeleidsplan van GGzE als doelstelling opgenomen dat naasten structureel betrokken moeten worden (GGzE afdeling communicatie, z.d.). Om deze doelstelling binnen GGzE De Boei daadwerkelijk te kunnen behalen is dit onderzoek opgezet. Door de transitie in 2015 zullen mensen steeds langer zorg aan huis ontvangen voordat zij bij een instelling terecht komen. Hierdoor zullen naasten van langdurig zieken en ouderen steeds meer betrokken raken (Atlas van Zorg en Hulp, 2012). Hoogwaardige zorg kan in de nabije toekomst niet meer geboden worden zonder de hulp van naasten, zij worden onmisbaar in de zorg voor de cliënt (Vilans, z.d.). Daarnaast heeft het betrekken van naasten een positieve werking op het herstelproces van de cliënt, daarom zullen hulpverleners met deze naasten in dialoog moeten komen (Atlas van Zorg en Hulp, 2012). De doelstelling van dit onderzoek is om aanbevelingen te doen aan GGzE De Boei, gericht op het zo effectief mogelijk betrekken van naasten bij de begeleiding en het herstelproces van de cliënten. Dit om zo de zelfregie van de cliënten te kunnen vergroten. Aan de hand van deze aanbevelingen kan GGzE De Boei een verbeterslag maken in de kwaliteit van zorg. De probleemstelling die hieruit voortgevloeid is, luidt als volgt: ‘Op welke wijze kunnen de beschermde woonvormen die vallen onder GGzE De Boei naasten van cliënten zo effectief mogelijk betrekken, met het oog op de transitie in 2015, bij de begeleiding en het herstelproces van de cliënten?’ Om deze probleemstelling te kunnen beantwoorden zijn vijf deelvragen opgesteld, die zijn beantwoord door middel van kwalitatief onderzoek. Hierbij is gebruik gemaakt van verschillende dataverzamelingsmethoden, zo is er literatuuronderzoek gedaan en zijn er zeventien interviews afgenomen onder cliënten, hulpverleners en naasten. De populatie van dit onderzoek bestaat uit alle BW’s die vallen onder GGzE De Boei. Uit het onderzoek is gebleken dat de hulpverleners van GGzE De Boei openstaan om naasten effectiever te betrekken, maar zich hierin om verschillende redenen laten beperken. Dit komt onder andere door beperkte kennis over de juridische kaders, het beleid en de mogelijkheden rondom het betrekken van naasten. Het blijkt maar gedeeltelijk te veralgemeniseren, op welke wijze naasten effectief betrokken kunnen worden. Hierbij zal in alle gevallen rekening gehouden moeten worden met de wensen, behoeften en mogelijkheden van zowel de cliënt als de naasten. Hierin kan volgens de onderzoekers binnen GGzE De Boei nog een verbeterslag gemaakt worden, omdat er nu alleen vanuit de wensen en behoeften van de cliënt wordt gehandeld. Er zijn zeven algemene aanbevelingen gedaan, waarin de opgestelde adviezen voor het effectiever betrekken van naasten binnen GGzE De Boei beschreven staan. Daarnaast zijn er vier instrumenten aanbevolen, de triadekaart, de Meetlat Familieparticipatie, het scholingsprogramma ‘Familie Als Bondgenoot (FAB)’ en de ontworpen factsheet. Uiteindelijk is het onderzoek ter discussie gesteld in het laatst hoofdstuk. Allereerst is hierin de maatschappelijke betekenis van het onderzoek beschreven. Daarnaast zijn de betrouwbaarheid en validiteit van het onderzoek onder de loep genomen. Hieruit is gebleken dat het onderzoek niet op alle vlakken even betrouwbaar en valide is. Dit is met name veroorzaakt door de getrokken steekproef. Dit wil overigens niet zeggen dat het onderzoek niet bruikbaar is. Tot slot zijn hier ook aanbevelingen gedaan voor verder onderzoek.

Lees onderzoek en bekijk de factsheet.

Share this post

Geef jouw reactie!