Psychiatrie als onderwerp voor een thesis lijkt eerder vanzelfsprekend voor een studente psychologie, pedagogie of sociologie. De omgang met geesteszieken lijkt weinig relevant voor een historica in wording. Toch wilde Annelies De Samblanx (historica) de uitdaging aangaan. Een van de voordelen van een historica wiens interessesfeer in de moderne en hedendaagse geschiedenis ligt, is dat deze periode interdisciplinair kan worden opgevat en geanalyseerd. Annelies De Samblanx beschouwde haar capaciteiten als historica in dit onderzoek niet als een tekort maar als een meerwaarde. Met haar historisch-kritische blik hoopt zij iets toe te voegen aan dit delicate doch interessante onderwerp.

Inleiding

In juni 2014 werd in Parijs de eerste Mad Pride georganiseerd. Vijfhonderd participanten gekleed in clownspak betoogden tegen de vooroordelen die de maatschappij heeft gevormd tegenover psychiatrische patiënten. De organisatoren hadden als doel de samenleving bewust te maken van haar vooroordelen ten opzichte van psychiatrische patiënten en aan te kaarten dat zij in de eerste plaats mens zijn. De stem van de psychiatrische patiënt zelf werd echter niet gehoord. In onze postmoderne samenleving is volgens de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter geen plaats voor kwetsbare mensen. Alles wat “abnormaal” is, wordt de rug toegekeerd en krijgt gemakshalve het etiket psychiatrisch opgekleefd. Om een verandering in beweging te brengen, moet dit bottom-up gebeuren waar de Franse Mad Pride een voorbeeld van is. In een tijdperk waar sociaalmaatschappelijke factoren in het voordeel van het individu zijn, kampen net meer mensen met depressie en burn-out. Het grote collectief maatschappelijk verhaal ontbreekt in onze huidige samenleving. “De grote zingevende structuren van vroeger zijn uit de samenleving verdwenen,” aldus De Wachter.

Dergelijke formulering over de grote zingevende structuren werd reeds aangehaald bij Foucault die verwees naar de achttiende eeuw als de gelukkige tijden. Priesters hadden de absolute macht in handen en het religieuze paradigma bepaalde het dagelijkse leven. Er werd geleefd naar de normen van het kerkelijke jaar waar geen plaats was voor tegenzin in het leven. Niemand durfde tegen de wet van de Kerk in te gaan. Een verslapping in het religieuze leven resulteerde echter in zelfverwijten. De mens raakte zijn religieuze kader kwijt en gaf zichzelf hiervan de schuld. De moderne tijd maakte het religieuze tot een abstracte idee wat volgens Foucault resulteerde in een leeg milieu. Het heden dat ten tijde van de gelukkige tijden nog als positief werd ervaren, werd vanaf dan omgeven door een kring van tijdelijkheid. Het is in dit vacuüm dat de menselijke onrust kon zegevieren.

Hieruit zou men dus kunnen concluderen dat de maatschappij zowel in het heden als in verleden bepaalde wanneer iemand psychiatrisch is of was. Er zijn echter initiatieven die pogen het andere bespreekbaar te maken. Museum Dokter Guislain poogt via allerhande activiteiten, lezingen en tentoonstellingen het publiek bewust te maken van het normale van het abnormale. Dat kan aantonen dat er steeds meer belang wordt gehecht aan de individuele stem van de andere en de psychiatrische patiënt maar geldt dat ook voor het historisch onderzoek?

Een profielanalyse van de mannelijke kranken der welstellende klas in de psychiatrische inrichting Sint-Alfons (1840-1940)

Download volledige masterproef ‘In de ban van de psychiatrie’ (2015)

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!