Dit artikel wordt indien nodig aangevuld met nieuwe/aanvullende informatie.

Het aantal zelfmoorden (suicides) in Nederland is de afgelopen jaren met 3 tot 6% per jaar gestegen. Jaarlijks worden in Nederland zo’n twintig duizend mensen op afdelingen voor spoedeisende hulp (SEH) behandeld voor pogingen tot suïcide. Ongeveer de helft van het jaarlijks aantal suïcides wordt gepleegd door cliënten uit de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Hierbij spelen culturele, sociale en persoonlijke omstandigheden een rol.

In Nederland ondanks stijging relatief weinig sterfte door suïcide
Vergeleken met andere landen in de Europese Unie (EU) is de sterfte door suïcide en zelfbeschadiging laag in Nederland. Het aantal zelfmoorden is in de oostelijke lidstaten van de EU over het algemeen hoger dan gemiddeld in de EU, terwijl het aantal zelfmoorden het laagst is in de zuidelijke EU-landen en het Verenigd Koninkrijk (EuroSafe, 2013). In alle landen binnen de EU sterven meer mannen dan vrouwen door suïcide en zelfbeschadiging. (Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Bekijk het uitgebreide statistisch overzicht van het CBS over Zelfdoding in Nederland.

Conclusie Richtlijn ‘Suïcidepreventie, richtlijn voor tijdige en goed georganiseerde hulp’
Suïcidepreventie in Nederland is een samenspel van vele personen en partijen binnen en buiten de gezondheidszorg. Hoe beter familieleden, vrienden en gatekeepers erin slagen om voor suïcide kwetsbare mensen naar de ggz toe te leiden, en hoe beter de ggz erin slaagt de naar wetenschappelijke maatstaven beste hulp te bieden, hoe minder suïcides we te betreuren hebben. Ontwikkelingen in de samenleving, bijvoorbeeld bij een economische recessie, zullen steeds een beroep doen op het creatieve vermogen van gatekeepers en hulpverleners om kwetsbare mensen te behoeden voor suïcide. Het is niet uitgesloten dat beperkingen in de toegang tot de ggz zullen leiden tot een toename van suïcides.
Lees het Artikel van Ad J.F.M. Kerkhof en Albert M. van Hemert, gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2013

Feiten uit de richtlijn
– toepassing van een soortgelijke richtlijn in engeland ging gepaard met minder suïcides.
– huisartsen en hulpverleners in de ggz moeten systematisch opgeleid en getraind worden in het toepassen van de richtlijn.
– Omdat de meeste mensen die door suïcide om het leven komen niet in behandeling zijn, moeten ook naaste familiele- den en vrienden en ‘gatekeepers’ betrokken worden bij suïcidepreventie.
– familieleden en vrienden moeten snel over relevante informatie kunnen beschikken en geholpen worden bij hun ver- moedens en vragen. De huisarts en internet spelen hier een belangrijke rol.
– Bezuinigingen die de toegankelijkheid van acute ggz beperken hebben een negatief effect op het suïcidecijfer.

Beleid overheid
De minister van VWS heeft in 2013 samen met veldpartijen een landelijke agenda suïcidepreventie 2014-2017 opgesteld. Het doel van deze agenda is om het aantal suïcides minder snel te laten stijgen.

GGD
Via het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis biedt de GGD casemanagement aan suïcidepogers die nog niet in zorg zijn of bij wie twijfel bestaat over de continuïteit van de hulpverlening. Ongeveer tien procent van de doelgroep geeft aan geen behoefte aan begeleiding te hebben.

Voorbeeld van interventie door GGD
Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Monique van Raan van de GGD heeft sinds het begin van 2014 als casemanager 135 suïcidepogers aangemeld gekregen. De meeste heeft ze begeleid in telefonisch of face-to-face contact tijdens de eerste zes maanden na de poging. Belangrijke vragen vooraf: Is het al eerder gebeurd, was het gepland of een impuls, is er een psychiatrische diagnose, hoe ziet het huishouden eruit, wat zijn risico’s en beschermende factoren, hoe is het zelfbeeld van de cliënt? De casemanager stimuleert, motiveert, biedt structuur en probeert de suïcidepoging bespreekbaar te maken in het gezin of sociale netwerk. Ze denkt mee over passende hulp en een toekomstperspectief en geeft adviezen bijvoorbeeld over het omgaan met risico’s.

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!