Er bestaat bij onderzoekers en behandelaars consensus over dat patiënten met alcoholproblematiek frequent ook aan andere psychiatrische ziekten lijden. Hoe vaak dit voorkomt valt moeilijk te zeggen, verschillende onderzoeken maken gebruik van verschillende populaties en richten zich op verschillende soorten pathologie. Niet overal worden bijvoorbeeld persoonlijkheidsstoornissen of ADHD meegenomen.
Alcohol is een oorzakelijke factor bij het ontstaan van bijvoorbeeld angst en depressie, en het bestaan van psychopathologie vergroot de kans op het ontwikkelen van een alcoholprobleem. Omdat de meeste alcoholisten pas in behandeling komen na vele jaren van overmatig gebruik is in het individuele geval de diagnostiek vaak ingewikkeld. Zeker is wel dat de meerderheid van de alcoholpatiënten symptomen heeft die aandacht voor mogelijke comorbiditeit rechtvaardigen.
De aanwezigheid van een comorbide stoornis heeft implicaties voor het behandelplan en de kans op slagen van de behandeling.

Uit onderzoek blijkt dat patiënten met een dubbele diagnose slechter op een behandeling reageren, meer terugval hebben, vaker opnieuw opgenomen worden, en ernstigere en meer chronische symptomen hebben dan andere patiënten (Sheehan, 1993).
In deze richtlijn is ervoor gekozen die ziektebeelden te behandelen waarover wetenschappelijke gegevens voorhanden zijn. Er is bijvoorbeeld vrijwel niets bekend over de behandeling van schizofreniepatiënten of autistische patiënten met alcoholproblemen, maar wel over alcoholproblemen gecombineerd met depressie, bipolaire stoornis, angststoornis, ADHD, trauma of persoonlijkheidsstoornissen, hoewel de hoeveelheid gegevens bepaald niet overloopt.
Het is van belang om onderscheid te maken tussen alcoholgerelateerde en alcoholgeïnduceerde psychiatrische aandoeningen. Bij veel patiënten die afhankelijk zijn van alcohol zijn de verschijnselen van psychopathologie gebonden aan alcoholintoxicatie of onthouding. Het is daarom aan te raden om een alcoholvrije observatieperiode van drie tot vier weken af te wachten voordat een diagnose van een comorbide stoornis vastgesteld en vervolgens behandeld wordt. Dit is in de praktijk echter soms lastig te realiseren. Bij een geselecteerde groep patiënten kan daarom eventueel eerder gestart worden met de behandeling. Er kan dan gekeken worden naar de age of onset van de aandoening, chronologie, het eerder aanwezig zijn van een stoornis tijdens abstinente episodes en een belaste familiegeschiedenis om te bepalen of er inderdaad een grote kans is op een bepaalde comorbide stoornis. (Bron: GGZ Richtlijnen)


Comorbiditeit is niet hetzelfde als multimorbiditeit

Multimorbiditeit is de algemene term voor het optreden van meer dan één (chronische) ziekte in één individu tijdens een bepaalde periode (Schellevis, 2006). Een term die hiermee verwant is, is comorbiditeit. Ook mensen met comorbiditeit hebben meer dan één ziekte tegelijkertijd. Het verschil is dat comorbiditeit uitgaat van een extra aandoening bij mensen die al een ziekte hebben (een zogenoemde index-ziekte). Zo kan je spreken over comorbiditeit bij mensen met de ziekte van Alzheimer. (Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!