Een recent retrospectief observationeel onderzoek met matching voor verschillende confounders onderzocht het absolute risico op mortaliteit 180 dagen na gebruik van een antipsychoticum, valproïnezuur of een antidepressivum ten opzichte van geen behandeling bij 90 786 patiënten ouder dan 65 jaar met dementie. In een secundaire analyse onderzocht men het dosisafhankelijke absolute risico op sterfte voor olanzapine, quetiapine en risperidon. De absolute oversterfte voor gebruikers van antipsychotica versus geen gebruikers varieerde van 3,8% (95% BI van 1,0% tot 6,6%; p<0,01) met een NNH van 26 (95% BI van 15 tot 99) voor haloperidol tot 2,0% (95% BI van 0,7% tot 3,3%; p<0,01) met een NNH van 50 (95% BI van 30 tot 150) voor quetiapine. Ook antidepressiva waren geassocieerd met een kleine statistisch significante verhoging in mortaliteit van 0,6% (95% BI van 0,3 tot 0,9) met een NNH van 166 (95% BI van 107 tot 362). Na correctie voor leeftijd, geslacht, aantal jaren dementie, aanwezigheid van delier en andere klinische en demografische kenmerken zag men ook in vergelijking met antidepressiva een toename in mortaliteit van 12,3% (95% BI van 8,6% tot 16%; p<0,01) met haloperidol en van 3,2% (95% BI van 1,6% tot 4,9%; p<0,01) met quetiapine. Met valproïnezuur kon er geen verhoging in mortaliteit aangetoond worden. Als klasse vertoonden de atypische antipsychotica (risperidon, olanzapine, quetiapine) een verhoging van de mortaliteit met 3,5% (95% BI van 0,5% tot 6,5%;p=0,02) in de hoog gedoseerde subgroep versus de laag gedoseerde subgroep. Ondanks de uitgebreidheid van deze observationele studie, waarbij men met heel wat confounders rekening hield, wijzen we er toch op dat men voor enkele belangrijke prognostische gegevens zoals ernst van dementie en gedrags-en psychiatrische symptomen niet kon corrigeren.

Bron: MINERVA. TIJDSCHRIFT VOOR EVIDENCE-BASED MEDICINE.

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!