Dit onderzoek is in opdracht van GGZ Westelijk Noord-Brabant uitgevoerd. GGZ Westelijk Noord-Brabant levert zorg aan cliënten met psychische problematiek. In dit onderzoek staat de zogenaamde “EPA-doelgroep” centraal. Dit zijn cliënten met een ernstige psychiatrische aandoening, welke onder de langdurige zorg vallen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat cliënten zo lang mogelijk en zo zelfstandig mogelijk willen leven. Om deze reden heeft het kabinet ervoor gekozen om de langdurige zorg te herzien en daarmee beter aan te willen sluiten bij de huidige ontwikkelingen. Een van deze ontwikkelingen binnen de geestelijke gezondheidszorg is de ambulantisering. Het doel hiervan is mensen zo lang mogelijk en zo zelfstandig mogelijk te laten participeren in de maatschappij. Ook de kwetsbare burgers, waar de “EPA-doelgroep” onder valt, worden hierin meegenomen. Het doel van dit onderzoek is de visie van de cliënt op deze verandering in de zorg te weten komen. De verwachtingen van de cliënt ten aanzien van zichzelf als van de hulpverlener staan hierin centraal. Vanuit deze doelstelling is de volgende centrale onderzoeksvraag gekomen: “Wat hebben cliënten van de GGZ Westelijk Noord-Brabant, binnen de Polikliniek Herstel en binnen het zorgpad eigen regie, vanuit hun eigen perspectief nodig van de hulpverlening om de regie over het leven in handen te krijgen en te behouden? In dit onderzoek zal antwoord gegeven worden op deze vraag. De deelvragen die bij deze centrale onderzoeksvraag horen, hebben te maken met de zelfregie van de cliënt, de rol van de hulpverlener als het gaat om het herstelproces van de cliënt, het empowerment van de cliënt en de grens tussen overvraging en loslating vanuit de hulpverlening als het gaat om zelfregie. Dit onderzoek is een kwalitatief onderzoek. Er is literatuuronderzoek gedaan en er zijn cliënten geïnterviewd. In het literatuuronderzoek komen verschillende onderwerpen aan bod die te maken hebben met de komende veranderingen in de langdurige zorg. De interviews zijn semi-gestructureerd. Daarbij zijn acht cliënten geïnterviewd die op dat moment in behandeling waren binnen de Polikliniek Herstel van de GGZ Westelijk Noord-Brabant. Deze cliënten zijn in overleg met de behandelaar van de cliënten benaderd voor dit onderzoek en hebben akkoord gegeven voor deelname aan het onderzoek. De resultaten die aan de hand van de interviews geconstateerd zijn, hebben betrekking op de ervaringen van cliënten op verschillende gebieden. Deze gebieden zijn zelfregie, het herstelproces, empowerment, de behoeften en de ervaringen van de cliënten ten aanzien van de hulpverlening. Cliënten geven bijvoorbeeld aan dat de hulpverlener bij kan dragen aan het herstelproces door het geven van psycho-educatie. Of dat empowerment iets kan doen met het zelfvertrouwen van de cliënt. De conclusies die getrokken worden aan de hand van dit onderzoek gaan vooral over de wensen en behoeften die de cliënten hebben ten aanzien van de hulpverlening. Er komt uit het onderzoek naar voren dat de behoefte aan een herstelondersteunende houding van de hulpverlener groot is. Dat de hulpverlener meekijkt naar hoe de zelfregie van de cliënt vergroot kan worden, hoe de hulpverlener het herstel mede kan bevorderen in samenwerking met de cliënt enzovoort. Er zijn een vijftal aanbevelingen voortgekomen uit de conclusies, waarvan drie aanbevelingen voor cliënten en hulpverleners, gericht op de herstelondersteunende houding van de hulpverlener. De vierde aanbeveling is alleen voor hulpverleners bedoeld die willen gaan werken volgens de herstelondersteunende houding. En de laatste aanbeveling is bedoeld voor de organisatie.

Lees onderzoek

Over de auteur

Sander Brouwer

Geef jouw reactie!